Natuurlijk evenwicht
Bron: werkagenda voor het land en de tuin, 06-05-2026 21:35
Natuurlijk evenwicht
Een sier- of moestuin is eigenlijk een onnatuurlijke situatie. We zetten planten bij elkaar in combinaties die in de vrije natuur niet voorkomen. Onze cultuurgewassen groeien niet zo zelfstandig en krachtig als de wilde gewassen in de vrije natuur. Om ze te verbouwen maken we stukken grond kaal waar we zaaien en wieden, en we geven extra voeding voor het gewenste resultaat. Zo kan het gebeuren dat bepaalde dieren het bijzonder naar hun zin krijgen. Denk bijvoorbeeld aan rupsen van koolwitjes op een akker vol koolplanten.
Als tuinder kun je dit als plaag ervaren. Het natuurlijk evenwicht is verstoord.
Vanuit het grotere geheel gezien is de natuur een cyclus van groei en afbraak; een aangevreten blad of vrucht is daarvan een logisch gevolg. De tuinder heeft verwachtingen, over hoe iets eruit moet zien en hoeveel hij kan oogsten. Dit botst met elkaar.
We zijn gewend geraakt aan het idee dat we iets moeten doen als gewassen en planten worden opgegeten of aangetast door 'beestjes', dat we die moeten bestrijden. Daarbij gaan we voorbij aan de wijsheid van de natuur.
Als we ingrijpen door bepaalde dieren te bestrijden, blijft er een onbalans bestaan.
Alle diersoorten ontvangen hun wijsheid vanuit de Geestelijke werelden. Ze hebben allemaal hun taken in het bereiken van evenwicht en harmonie en zijn niet voor niets aanwezig op je land of in je tuin. Door je terug te houden, niet te bestrijden, maar alle beestjes er te laten zijn en hun taken uit te laten voeren, geef je ze de ruimte om een onbalans te herstellen.
Met onze handelingen op het land en in de tuin kunnen we de natuur helpen om weer in evenwicht te komen. Bijvoorbeeld door alle handelingen zoveel mogelijk af te stemmen op de kosmische constellaties en rekening te houden met het weer. Het bodemleven kunnen we verzorgen en ondersteunen door het te voeden met zelfgemaakte (geprepareerde) compost, lavagrit en schelpenkalk. Door rechtstreeks in de grond te zaaien in plaats van voorzaaien binnenshuis, kunnen gewassen zich aan weer en wind sterk maken. Dat maakt ze minder gevoelig voor aantastingen. Verder kunnen we de grond zoveel mogelijk bedekt houden, bijvoorbeeld door te mulchen, of door een groenbemester in te zaaien na de oogst, zodat het bodemleven kan floreren en niet uitdroogt.
Ook onze innerlijke houding tijdens het zaaien en andere tuinwerkzaamheden is van invloed. Als we diersoorten afwijzen en buitenspel willen zetten, zenden we deze gedachten continue de ether in. Deze antipathieke houding zet de deur open voor disharmonische tegenreacties. Pas als we onze oordelen over wat ons wel en niet bevalt kunnen omvormen in onbevangen en objectief waarnemen, zal alles om ons heen, dus ook het leven in de tuin, in harmonie kunnen samenleven.